Op een dag vindt Snuf aan de oever van een riviertje een ballon met een bijna onleesbaar kaartje. De drie vrienden Tom, Karel en Bertus proberen de tekst te ontcijferen, maar komen er niet uit. Waar komt deze ‘luchtpostbrief’ vandaan en wat is de bedoeling ervan?
Ze krijgen het vermoeden dat de ballon ergens in Twente is opgelaten. Omdat ze toch vakantie hebben, besluiten ze de briefschrijver te gaan zoeken. Op hun tocht komen ze in aanraking met de merkwaardige ‘kruidenkweker’ Grobbendonk, die hen op een dwaalspoor wil brengen. Maar de vrienden zoeken verder en komen terecht bij Pim van Sloten, die de raadselachtige brief heeft verstuurd. Met Pim en zijn vader, die dierenarts is, gaan ze de omgeving verkennen.
Er blijken vreemde dingen aan de hand te zijn. Het oude bijgeloof in de ‘Zwarte Kardoes’, een helhond uit vroeger tijden, steekt weer de kop op. Na een nachtelijk gevecht tussen Snuf en de Zwarte Kardoes gaan de jongens op onderzoek uit…